59. Taalverwerving door Ondersteunende Communicatie bij CMB

Inleiding

De meeste leerlingen met communicatief meervoudige beperkingen praten niet, nauwelijks of zijn zeer moeilijk verstaanbaar. De optelsom van al die stoornissen manifesteert zich in ernstige communicatiebelemmeringen die de taalontwikkeling stagneren. Het geheel vormt daardoor ook een ernstige barrière voor ontwikkeling en leren. Ondersteund communiceren biedt via tal van alternatieve uitingsvormen de mogelijkheid om alsnog op geheel eigen wijze taal te ontwikkelen en toegang te krijgen tot leermateriaal. Bovenal helpt OC (Ondersteunde Communicatie) bij communicatieve (zelf)redzaamheid, sociale en emotionele ontwikkeling en zelfexpressie.

Inhoud

n deze masterclass leggen we uit hoe OC binnen het KLIN©-interventieprogramma ouders, leerkrachten en behandelaars kan helpen om voor elk kind met CMB de best passende ontwikkel- en leerroute te kiezen en te volgen. Het KLIN©-programma kent geen vastomlijnde methodiek. Het biedt een werkwijze en gereedschapskist voor leerkrachten, behandelaars, groepsleiders, verzorgers en behandelaars bij het vinden en formuleren van heldere keuzes in communicatieondersteuning bij het inrichten van aangepaste taalverwervings- en leertrajecten voor elk kind en zijn sociale omgeving. We gebruiken materialen, technieken en technologie voor OC die binnen het KLIN©-programma van Stichting Milo zijn ontwikkeld en getoetst. We besteden aandacht aan betekenisvol leren, waarbij uitgegaan wordt van de interesses, motivatie, belevingswereld en mogelijkheden van het kind met CMB (ankergestuurd werken). Binnen ankergestuurd werken leggen we de nadruk op ervaringsverhalen en lexicale kwaliteit als aanjaagfunctie voor taalontwikkeling en functionele geletterdheid met behulp van OC. Hoe kom je van niks, een, twee, drie of vier begrippen die het kind begrijpt en actief gebruikt tot een kritieke omvang van 50 begrippen en woorden - het aantal dat minimaal nodig is om de spurt in taalverwerving te bewerkstelligen? Hoe geef je vorm en inhoud aan de vocabulaire van het OC-systeem van het kind? Hiervoor zullen we verder ingaan op het onderwerp ‘kernvocabulaire’, wat een theoretische en praktische onderlegger biedt voor de invulling van de woordenschat en toegang tot taalontwikkeling.

Toepasbaarheid

We streven ernaar om de kennis, onderbouwd in KLIN©-handboek (Van Balkom, 2018) en van praktijkadviezen voorzien in een reeks bijbehorende set praktijkgids en prentenboeken, zo concreet en toepasbaar mogelijk te maken. De kennis en broninformatie moet direct vertaald kunnen worden naar de eigen zorg- en onderwijsgroepen.

Doelgroep

De masterclass richt zich op leerkrachten, onderwijsassistenten, behandelaars van kinderen met CMB en ernstige TOS.

Verbinding congresthema

Het thema van het Siméa-congres is ‘heldere taal’. Elk kind heeft recht op de best passende toegang tot communicatie, taal en geletterdheid. Zonder dat blijft het zicht op ontwikkeling, leren en welzijn een ‘fata morgana’. Heldere taal wijst op heldere keuzes, ontwikkelkansen en -gelegenheden. Maar hoe realiseer je dat bij kinderen met CMB en hun ouders? Hoe weet je welke doelen, materialen en technieken het best ingezet kunnen worden om samen de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind met CMB te exploreren, te bekrachtigen en vooruit te stuwen?

Hans van Balkom (1954), psycholinguïst. Studie: Algemene taalwetenschap Universiteit van Amsterdam). Gespecialiseerd op ondersteunende communicatievoorzieningen voor mensen met stoornissen in het waarnemen, verwerken, begrijpen en uiten van spraak, tekst en gebaren(taal). Werkzaam geweest bij Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Revalidatie, Hoensbroek en TNO-Preventie & Gezondheid in Delft, vanaf 1997 werkzaam bij Kentalis in diverse functies, oprichter en lid managementteam van Stichting Milo sinds 2011. In 2010 benoemd tot bijzonder hoogleraar ‘Ondersteunde Communicatie (OC) voor mensen met een meervoudige beperking’ aan Radboud Universiteit Nijmegen namens Koninklijke Kentalis en Stichting Milo: Wegbereiders in communicatie.

Stijn Deckers (1987). Gedragswetenschapper. Studie: Orthopedagogiek en Research Master Gedragswetenschap aan Radboud Universiteit. Werkzaam geweest als docent-onderzoeker aan de Fontys Paramedische Hogeschool, met name voor de opleiding Logopedie (vakgebied Ondersteunde Communicatie (OC) en interprofessioneel samenwerken), ontwikkelaar en docent post-HBO cursus OC. Gepromoveerd in 2017 (Radboud Universiteit) op de vroege taal en communicatieve ontwikkeling van kinderen met Downsyndroom. Sinds oktober 2017 werkzaam als manager Diagnostiek en behandeling en als lid van het managementteam verbonden aan Stichting Milo. Voorzitter van International Society for augmentative and Alternative Communication in the Netherlands and Flanders (ISAAC-NF).